Leslie CottenjéBoek mij

Gedachte 06 — Uit mijn column voor Trends

Haast je langzaam

De meest onderschatte groeistrategie van dit moment is trager groeien.

Het klinkt bijna als vloeken in de kerk. Zeker in de technologie- en start-upwereld is snelheid een doel op zich geworden. Wie het snelst groeit, wint. Wie het meeste geld ophaalt, krijgt de meeste aandacht. En wie vragen stelt bij die logica, wordt al snel bekeken alsof hij de spelregels niet begrijpt.

Ik begrijp die reflex. Ik heb jarenlang gewerkt in start-ups en scale-ups, met investeerders rond de tafel gezeten en zelf groeiplannen gebouwd. Ook ik heb geloofd dat sneller meestal beter was. Vandaag kijk ik daar genuanceerder naar. Niet omdat ik tegen groei ben. Integendeel: groei creëert kansen, banen en innovatie. Maar wat me stoort, is de automatische aanname dat sneller groeien per definitie beter is dan verstandig groeien.

Tijdens een leiderschapsdag bij Televic, waar ik de software-as-a-servicedivisie leid, verwees Lieven Danneels naar een Romeinse uitdrukking: ‘festina lente’. Haast je langzaam. Er zijn genoeg bedrijven die bewijzen dat een andere aanpak mogelijk is. Neem Odoo. Weinigen zullen het bedrijf een gebrek aan ambitie verwijten, maar de groei werd opgebouwd door jarenlang consequent product na product toe te voegen en een ecosysteem uit te bouwen. Hetzelfde geldt voor Tally van Marie Martens, met haar gedisciplineerde focus op een product waar klanten op zitten te wachten, zelfs in een markt waarvan je zou kunnen zeggen dat ze verzadigd is. Wat die bedrijven gemeen hebben, is niet dat ze traag groeien, maar dat ze hun groei niet proberen te forceren. Ze begrijpen dat tijd ook een bondgenoot kan zijn.

Ik heb ook de keerzijde van het groeidenken gezien. Bedrijven die sneller mensen aannemen dan ze hen kunnen begeleiden. Producten die verkocht worden voor ze voldoende rijp zijn. Organisaties die zoveel energie moeten steken in het beheersen van hun complexiteit, dat ze vergeten waarom ze eerst succesvol waren. Klanten die uiteindelijk de prijs betalen van de interne chaos die aan de buitenkant nog als succes wordt verpakt.

Artificiële intelligentie (AI) versterkt die reflex nog. Met AI schrijven we sneller, analyseren we sneller, programmeren we sneller en brengen we sneller producten naar de markt. Dat is een enorme kans. Maar het gevaar is dat bedrijven daardoor gaan denken dat ze nog sneller kunnen groeien. Dat ze markten sneller zullen begrijpen. Dat mensen sneller kunnen veranderen.

Daar botsen we op een fundamentele beperking. Veel zaken die een bedrijf succesvol maken, laten zich nauwelijks versnellen. Marktkennis ontstaat niet in een prompt, maar door jarenlang gesprekken te voeren met klanten, deals te winnen en te verliezen, fouten te maken en patronen te herkennen. Goede ideeën hebben tijd nodig om te rijpen.

Een nieuwe strategie kun je in één dag communiceren, maar een organisatie meekrijgen, duurt vaak maanden. Een bedrijfscultuur bouwen duurt jaren. Vertrouwen laat zich niet versnellen door een beslissing van bovenaf. Hetzelfde geldt voor processen. Je kunt een nieuwe manier van werken invoeren in een week. Maar voordat die echt begrepen, geadopteerd en onderdeel wordt van de dagelijkse reflexen van een organisatie, ben je vaak een hele tijd verder.

Misschien is dat uiteindelijk wat ‘festina lente’ betekent. Niet dat je traag moet zijn, wel dat je begrijpt welke zaken je kunt versnellen en welke niet. Technologie zal ons steeds sneller maken. AI zal dat alleen maar versterken. Maar marktkennis, klantenvertrouwen, productkwaliteit en sterke teams ontwikkelen zich nog altijd in een menselijk tempo. Wie dat probeert te negeren, loopt het risico veel snelheid te creëren zonder richting. In een wereld die geobsedeerd is door snelheid, is dat misschien wel het meest onderschatte concurrentievoordeel dat er bestaat.

Lees de column op Trends →

Verder lezen