Gedachte 04 — Technologie
Hoe blijven we menselijk in het tijdperk van kunstmatige intelligentie?
Het interessante risico is niet dat machines op ons gaan lijken. Het is dat we er stilzwijgend mee instemmen om meer op machines te gaan lijken.
Ik ben geen pessimist over technologie. Ik heb ermee gebouwd, ermee verkocht, en gezien hoe ze werk oprecht beter maakt. Mijn bezorgdheid is enger en ouder dan de huidige golf. Ik gebruik AI elke dag. Om informatie te verwerken, gedachten te structureren, sneller verbanden te zien. Soms zelfs om beter na te denken. Maar dan vraag ik me ironisch genoeg of ik wel nog zelf zal blijven nadenken als ik steeds meer spar met AI?
Wat blijft er eigenlijk van ons over wanneer machines steeds meer kunnen wat wij lang als typisch menselijk beschouwden?
Kennis alvast niet. Een machine weet meer dan wij ooit kunnen weten. Snelheid evenmin. Analyse, taal, creatie, probleemoplossend vermogen... ook daar wordt het onderscheid steeds moeilijker te maken. Zelfs empathie is geen comfortabele grens meer. Een AI-systeem kan geduldig luisteren, de juiste vragen stellen en woorden geven aan gevoelens die we zelf nog niet konden benoemen.
Misschien zoeken we dus op de verkeerde plaats.
We praten veel over welke jobs AI zal overnemen, welke vaardigheden we onze kinderen nog moeten leren en hoe bedrijven zich moeten organiseren. Allemaal relevante vragen, zeker met 4 opgroeiende kinderen om mij heen. Onder die vragen zit voor mij een veel fundamentelere vraag: welke menselijke eigenschappen willen we absoluut behouden, zelfs wanneer we ze niet langer nodig hebben om economisch relevant te zijn?
Als een machine een tekst beter kan samenvatten, waarom zouden we dan nog zelf lezen? Als ze sneller een antwoord formuleert, waarom zouden we nog lang over een probleem nadenken? Als ze ons vertelt wat waarschijnlijk de beste beslissing is, hoeveel ruimte geven we dan nog aan twijfel, intuïtie of een keuze die rationeel moeilijk te verdedigen valt?
Efficiëntie heeft een enorme aantrekkingskracht, zeker in een wereld waarin we allemaal tijd tekortkomen. Maar niet alles wat inefficiënt is, is waardeloos. Een gesprek zonder agenda. Een boek lezen zonder te weten wat je eraan zult hebben. Iets proberen waar je niet goed in bent. Van mening veranderen. Een fout maken en daar een tijdje mee moeten leven. Je vervelen. Twijfelen. Iemand proberen begrijpen terwijl je het fundamenteel met die persoon oneens bent. Tijd verliezen met mensen van wie je houdt. Het zijn bijzonder inefficiënte bezigheden, maar zo heerlijk menselijk.
Ik denk niet dat het grootste gevaar van AI is dat machines steeds meer op mensen zullen lijken. Ik vraag me af of het grotere gevaar niet is dat wij steeds meer op machines willen lijken: sneller, productiever, rationeler, optimaler. Alsof elk probleem opgelost, elke minuut benut en elke onzekerheid weggewerkt moet worden. Terwijl een groot deel van het menselijk bestaan zich net daar ontvouwt... in een beetje chaos, niet-weten, experimenteren, zelfs lummelen. Liefde is niet efficiënt. Rouw is niet productief. Opvoeden laat zich niet optimaliseren in een dashboard. Moed kan betekenen dat je iets doet waarvan je de uitkomst niet kent. Integriteit dat je een keuze maakt die je iets kost. Leiderschap dat je verantwoordelijkheid neemt wanneer de data geen uitsluitsel geven.
Misschien wordt menselijkheid daarom niet minder belangrijk naarmate AI beter wordt. Misschien wordt ze juist zichtbaarder. Niet omdat wij intelligenter moeten zijn dan de machine. Die wedstrijd hoeven we waarschijnlijk niet te winnen.
Maar omdat wij moeten beslissen wat we met al die intelligentie willen doen. Welke wereld we ermee bouwen. Welke keuzes we delegeren en welke niet. Waar we snelheid toelaten en waar we bewust vertragen. Wat we onze kinderen nog zelf willen leren, ook als een machine het voor hen kan doen. Welke gesprekken we zelf willen voeren. Welke verantwoordelijkheid we nooit uit handen willen geven.
De mooiste vraag die ons kan bezighouden is wat wij zo waardevol vinden aan mens-zijn dat we het, in een wereld waarin het misschien niet langer noodzakelijk is, toch willen blijven doen?