Gedachte 01 — Ambitie
Hoeveel van ambitie is verlangen, en hoeveel is vlucht?
Elke ambitieuze persoon die ik ken, rent ergens naartoe. Minder van ons geven toe dat we ook wegrennen.
Ik ben een ambitieus mens. Ik heb lang gedacht dat dat een vrij eenvoudige eigenschap was, zoals nieuwsgierig of extravert zijn. Sommige mensen hebben nu eenmaal meer drive dan andere. Ze willen bouwen, groeien, creëren, iets betekenen. Ik hoor bij die groep.
Alleen ben ik doorheen de jaren wat achterdochtiger geworden tegenover mijn eigen ambitie.
Niet omdat ik ze kwijt wil. Integendeel. Ik hou van het vuur dat ontstaat wanneer ik ergens mijn tanden in kan zetten. Van het bijna fysieke gevoel wanneer een idee vorm begint te krijgen. Van werken met mensen die ergens naartoe willen. Zelfs nadat ik mezelf professioneel behoorlijk hard was tegengekomen, kwam die goesting terug.
Maar er zat ook iets anders tussen.
Toen ik jaren geleden met Hello Customer door een periode van razendsnelle groei ging, hoefde niemand mij 's morgens uit bed te duwen. Ik ging als een trein. Groeien, geld ophalen, mensen aannemen, internationaal gaan, targets halen. Het ene doel was nog niet bereikt of het volgende stond er al. Van buitenaf zag dat eruit als ambitie. Van binnenuit voelde het toen ook zo.
Pas veel later kon ik toegeven dat een deel ervan ook vlucht was.
Mijn relatie liep niet goed. Thuis voelde ik me niet altijd gelukkig. Ik wist eerlijk gezegd niet goed hoe ik de moeder moest zijn die ik dacht dat ik hoorde te zijn. Op het werk wist ik wél wat de rol was die ik had en hoe ik die moest vervullen. Daar was ik competent en kreeg ik erkenning. Hoe ingewikkelder mijn privéleven voelde, hoe aantrekkelijker een wereld werd waarin inspanning meestal tot een zichtbaar resultaat leidde.
Ik heb ooit geschreven in mijn eerste boek dat er in die periode veel vergif onder mijn drive zat. Dat klinkt hard, maar ik zou het vandaag nog steeds zo formuleren. Alleen zou ik er nu iets aan toevoegen. Het feit dat er vergif onder zat, betekent niet dat de drive zelf vals was.
Dat onderscheid houdt me nog steeds bezig.
Want als ambitie deels voortkomt uit iets wat je probeert te ontlopen, wat blijft er dan over wanneer je niet meer hoeft te vluchten? Als bewijsdrang je jarenlang vooruit heeft gestuwd, word je dan minder gedreven wanneer je eindelijk gelooft dat je niets meer hoeft te bewijzen? Als je onafhankelijkheid nastreeft omdat je ooit hebt ervaren hoe beangstigend afhankelijkheid kan zijn, blijft die onafhankelijkheid dan even belangrijk wanneer die angst verdwijnt?
Er wordt ook vreemd romantisch gedaan rond het hele idee. We houden van verhalen waarin moeilijke jeugd, afwijzing of tekortkomingen uiteindelijk de brandstof blijken voor uitzonderlijk succes. Alsof we achteraf blij mogen zijn met de wonde omdat ze zo'n indrukwekkende motor heeft voortgebracht. Dat pakt bij mij steeds minder.
Toen ik met andere CEO's begon te praten, dacht ik initieel dat ik dat patroon overal zou terugvinden. De bewijsdrang. De oude kwetsuur. Het kind dat gezien wilde worden en uiteindelijk zo hard werkte dat een hele organisatie keek.
Het zat vervlochten in sommige verhalen, maar bijlange niet in alle verhalen.
Ik ontmoette leiders die uit warme, stabiele gezinnen kwamen. Mensen die niet zichtbaar op de vlucht waren voor een verleden en toch een enorme drive hadden. Wat ik bij hen veel vaker herkende, was iets anders. Ze waren oneindig nieuwsgierigheid en leken een bijna aangeboren 'goesting' te hebben, een natuurlijke behoefte aan impact en de neiging om verantwoordelijkheid op te nemen.
Misschien maken we ambitie te klein wanneer we haar alleen psychologisch proberen te verklaren.
Ik herken het ondertussen opnieuw bij mezelf. Ik heb de voorbije jaren veel beter leren begrijpen waar bepaalde patronen vandaan komen. Ik hoef niet meer door te werken om niet thuis te moeten zijn. Ik hoef niet meer elke professionele overwinning te gebruiken als bewijs dat ik ertoe doe. Financiële onafhankelijkheid is geen verre bestemming meer waar ik mezelf naartoe moet werken. Ze is er, en geeft me wat ik er altijd in dacht te vinden, de mogelijkheid om keuzes te maken.
En toch wil ik nog steeds veel. Ambieer ik nog groei, iets neerzetten. En het is geruststellend want blijkbaar was niet al mijn ambitie een louter vluchtmechanisme.
Er zit ook gewoon verlangen onder en nieuwsgierigheid en creatiedrang. Het plezier van ergens mijn hoofd in te mogen steken en te kijken wat ervan komt.
Vlucht verdraagt moeilijk stilstand. Zodra het stil wordt, komt datgene waarvoor je wegloopt weer dichterbij. Dus moet er een volgend doel komen. Een groter bedrijf. Een nieuwe uitdaging. Een volgend bewijs dat je goed bezig bent.
Verlangen kan volgens mij beter tegen stilte.
Je kunt iets heel graag willen en het toch even niet doen. Je kunt een kans zien en besluiten dat ze prachtig is, maar niet voor jou. Je kunt ambitieus zijn zonder dat iedere mogelijkheid onmiddellijk een opdracht wordt.
Misschien is dat wel de vraag die ik mezelf vaker wil stellen wanneer ik weer eens voel dat ik ergens vol in wil vliegen.
Waar loop ik eigenlijk naartoe, en loop ik misschien tegelijkertijd ergens van weg?
Het vervelende is dat beide antwoorden tegelijk waar kunnen zijn.
Misschien is volwassen ambitie daarom niet ambitie zonder bagage. We nemen ons verleden altijd mee. Het kleine meisje dat gezien wilde worden verdwijnt niet omdat de volwassen vrouw haar ondertussen begrijpt.
Maar ze hoeft niet meer altijd te bepalen waar we naartoe lopen.
Het komt er misschien uiteindelijk wel op neer dat je niet gedreven mag worden, maar zelf kiest waar je je drive voor inzet.